Bij het maken van een goede foto, die technisch in orde en waarnaar het aangenaam kijken is,

komen vele factoren om de hoek kijken. Eén daarvan is de scherpte van de opname. Zij

bepaalt voor een groot stuk de kwaliteit van de foto en verdient dan ook de nodige aandacht.

Wie daarbij rekening houdt met de hierna volgende regeltjes zal al een stuk in de goede

richting komen.

Scherpte: 10 Geboden.

  1. Houd je materiaal altijd kraaknet. Onzuiverheden, stofjes, waterdruppels…. op de lens veroorzaken onscherpte.
  2. Gebruik altijd een zonnekap. Randstraling van licht veroorzaakt onscherpte. Vermijd strooilicht.
  3. Trilling is killing! Concentreer je op het voorkomen van trilling: zeker wanneer je met trage (lange) sluitertijden werkt.
  4. Gebruik eventueel een (stevig) statief.
  5. Ook een éénbeenstatief (monopod) is een goed alternatief.
  6. Scherptediepte (of is het dieptescherpte). Experimenteer. Wil je, in een landschap, scherpte over het ganse beeld, stel dan niet scherp op oneindig, maar een flink stuk ervoor. Bijvoorbeeld op 1/3. Of beter nog: stel scherp op het hyper focaal punt.

Groot diafragma:   f2,8 tot f8:       weinig scherptediepte maar veel lichtinval dus
                        snelle sluitertijden.

Klein diafragma:    f13 tot f32       veel scherptediepte maar weinig lichtinval dus
                        trage sluitertijden.

  1. Het optimale diafragma: diafragmeer enkele stops, zowel bij de grote als bij de kleine diafragma’s om de optische fouten van de lens te omzeilen.
  2. Tem je autofocus. Gebruik niet te veel scherpstelpunten. Gebruik de centrale censor in combinatie met de scherpstelvergrendeling.
  3. Stel zelf scherp of gebruik de AF (autofocus) om scherp te stellen en zet dan uit. Besteed eerst de nodige aandacht aan de scherpstelling en indien de afstand tussen lens en object onveranderd blijft kan de AF uitgeschakeld worden zodat de scherpstelling niet ongewild kan wijzigen tijdens het maken van de opnames.

10.Wees matig met verscherpen. Verscherpen gebeurt als laatste bewerking in een fotobewerkingsprogramma. Wees beducht voor het ontstaan van artefacten die het natuurlijke uitzicht van de foto verstoren.