Scherpte bij landschapsfotografie

Naast een juiste belichting is scherpte (soms ook onscherpte) in een foto van het grootste belang. Ook bij landschaps-fotografie. De meeste objectieven geven, all round, hun beste resultaat bij een diafragma tussen f8 en f16. Bij landschapsfotografie en wanneer de foto van voor tot achter scherp moet zijn is diafragma f11 of f13 een goede keuze.

Scherptediepte verhoudt zich als 1/3 scherpte voor en 2/3 scherpte achter het scherpstelpunt. Als je dus scherpstelt op circa 1/3 in het landschap zou alles van voor tot achter scherp moeten zijn. Dit is echter een ruwe benadering en, zeker wanneer de voorgrond mee scherp in beeld moet komen, niet aan te bevelen. Beter is het om dan scherp te stellen op de hyper focale afstand.

Het hyper focale punt is de scherpstelafstand bij een gegeven brand-puntsafstand en diafragma waarbij de grootst mogelijke scherptediepte bereikt wordt. Wanneer op deze afstand gefocust wordt zullen alle objecten vanaf de helft van deze afstand tot oneindig scherp in beeld komen.


Bijvoorbeeld: Voor een lens (brandpuntsafstand) van 35 mm en een diafragma
f11 ligt het hyper focale punt op 3.712 mm of 3,7 m voor de FX (full frame) camera en op 5.603 mm of 5,6 m voor de APS-C (crop) camera.


 

                                        Hyper focaal

                   Scherp       Punt                                                                                Scherp                         

Camera        H/2            H                                                                                      

           

Om deze afstand te bepalen kunt u de volgende formules gebruiken.

                        N2                                                                          N2
             
H = ———–                                                       H =  ———  + N
                       f x c                                                                        f x c

            Full Frame (c = 0,03 mm)                               APS-c of DX (c = 0,02 mm)    

H = hyper focale afstand
            N = brandpuntsafstand
            f = diafragma (getal)
            c = diameter van de aanvaardbare verstrooiingscirkel:        (0,03 mm voor FX)     (0,02 mm voor DX)

U kunt eventueel voor de belangrijkste brandpunten en diafragma’s de hyper focale afstanden in een tabelletje onderbrengen. Er bestaan tegenwoordig ook handige apps op uw mobieltje waarin de waarden eenvoudig kunnen afgelezen worden.

Het instellen van de hyper focale afstand ontslaat u echter niet van de juiste techniek, een statief, draadontspanner, opklappen van de spiegel… om het best mogelijke resultaat te bereiken.